Brigidakerk Geldrop


Programma van het concert op 25 augustus 2012 in de Brigidakerk te Geldrop door
Wouter van den Broek



 

 

 

 

Joh. Seb. Bach              Preludium en Fuga in Es grote terts    
(1685-1750)

Johannes Brahms          O Welt ich muss dich lassen               
(1833-1897)                   Herzlich tut mich verlangen  



Théodore Dubois            Uit" dix pièces":    Entrée ( en forme de carillon)
(1837-1924)                                              Offertoire (hautbois)              
                                                               Sortie ( Grand Choeur)          



Léon Boëllmann             Deuxieme Suite :  Prélude Pastoral
(1862-1897)                                              Allegretto con moto
                                                               Andantino
                                                               Final-Marche                        

De  "Es Dur" zoals dit werk ook wel genoemd wordt is afkomstig uit Bach's z.g.n. Grote Orgelmis. Daarin worden dan na het preludium een aantal koralen gespeeld en gezongen, en het geheel wordt afgesloten met de fuga. Nu worden de Prelude en Fuga achter elkaar gespeeld.
Met name het preludium met z'n gepuncteerde  ritmiek heeft een orkestraal karakter. De Fuga heeft drie thema's; het eerste heeft wel wat weg van een koraalmelodie, het tweede is een beweeglijk thema en wordt na de expositie gecombineerd met het eerste thema, het derde is heel markant en wordt op zijn beurt weer met de eerste twee thema's gecombineerd.

Van de elf Choralvorspiele die Brahms naast zijn andere orgelwerken schreef worden er nu twee ten gehore gebracht.
In "O Welt ich muss dich lassen" wordt de melodie in de sopraan deels omspeeld, voorafgegaan en later ook begeleid door een "Seufzer" beweging die de inhoud van de tekst symboliseert.
Een dergelijke beweging met hetzelfde doel, in de vorm van repeterende bastonen,  treffen we aan in het koraal "Herzlich tut mich verlangen".


Théodore Dubois schreef een aantal kortere en langere orgelwerken waarbij vooral zijn Toccata in G bekend is geworden. Deze zijn verzameld in oa. Douze Pièces, Douze Pièces Nouvelles, Dix Pièces
Sept Pièces en Deux Petite Pièces pour Orgue.
De drie werken die hier op het programma staan, komen uit de "dix Pièces". De Entrée suggereert het luiden van klokken en zwelt bij het slot aan tot fortissimo. Het Offertoire  heeft o.a een lyrische melodie die  gespeeld wordt met het hobo-register  van het orgel.
Het slotstuk van de "dix pièces" (Sortie) is een virtuoos en  dynamisch werk.  

Léon Boëllmann is bij velen bekend geworden door zijn "Suite Gotique". Zijn minder bekende Deuxième Suite is even zeer de moeite waard en gaat harmonisch gezien verder dan eerstgenoemde vanwege het impressionistische karakter van met name deel 1 en 3.  In het levendige tweede deel  wisselen fluiten strijkers en tongwerken elkaar af.  Evenals in de "Gothique is het laatste deel de "Final-Marche" een virtuose afsluiting van het geheel.