Mariakerk Putten

Programma van het orgelconcert door Wouter van den Broek  op 14 april 2012 in de Mariakerk te Putten.

Camille Saint Saëns (1835-1921)
    Prelude et Fugue op 109 nr 3    
    Elévation ( ou Communion)       

Théodore Dubois  (1837-1924)
    Verset de procession
    Cantilène nuptiale        
    Toccata                       

Eugène Gigout (1844-1925)
     Entrée solennelle                        
     Allegretto grazioso                     
     Andantino                                  
     Grand Choeur Dialogué             

  Saint-Saëns, componist van “ le Carnaval des animaux ”, oorspronkelijk bedoeld als grap, later zijn bekendste werk verbood volledige uitvoering van het werk, al kort na de première, die in privésfeer had plaatsgevonden. Saint-Saëns was bang dat het zijn reputatie als serieus componist zou schaden. Slechts één deel "Le Cygne" voor cello en twee piano's, werd gepubliceerd tijdens zijn leven.
Dat hij wel degelijk een serieus componist  was bewijst hij o.a wel met zijn orgelwerken.
Saint-Saëns bespeelde de orgels van verschillende kerken in Parijs. Zijn wekelijkse improvisaties brachten het Parijse publiek in vervoering en ook Franz Liszt was onder de indruk van zijn spel. Een aantal van zijn improvisaties zijn in druk verschenen.
Saint-Saëns schreef voor orgel naast o.a. drie fantasieën, "sept improvisations" nog zes preludes en fuga's drie in opus 99 en drie in opus 109.
In deze preludes en fuga's is evenals bijvoorbeeld bij Mendelssohn , de invloed van Bach duidelijk aanwezig.

Theodore Dubois schreef veel kortere en langere orgelwerken waarbij vooral zijn Toccata in G bekend is geworden. Deze zijn verzameld in oa. Douze Pièces, Douze Pièces Nouvelles, Dix Pièces
Sept Pièces en Deux Petite Pièces pour Orgue.
De drie werken die hier op het programma staan, komen uit de "Douze Pièces".
In "Verset de procession " is het ritme van een optocht te horen, in  de "cantilène nuptiale" ( bruidslied) wordt de melodie (cantilène)  begeleid door harp-achtige accoorden.
De Toccata is een virtuoos passage stuk,  met een rustig middendeel.

 Tijdens zijn leven genoot Eugène Gigout meer bekendheid als organist dan als componist.
Dat kwam niet in de laatste plaats door het feit dat hij de prestigieuze benoeming als organist in de Saint-Augustin in Parijs kreeg in 1863 en tot zijn dood in 1925 behield. Hij volgde Guilmant op als docent aan het Conservatorium van Parijs in 1911.
Gigout schreef een groot oeuvre voor orgel, zijn stijl omvatte elementen uit verschillende stijlperioden, vanaf de klassieke tot aan de laatromantische periode, waarbij hij misschien geen herkenbare invloed, maar wel een geestelijke verwantschap met Saint-Saëns vertoont. Gigout was ook één van de meest invloedrijke docenten van zijn dagen. Onder zijn studenten waren o.a. Fauré, Roussel, Boëllmann en Messager.
Het Grand Choeur Dialogué  wordt ook wel op twee orgels of in combinatie met een koperensemble uitgevoerd. Nu is het een dialoog tussen de twee klavieren van het orgel.


De gespeelde werken zijn allemaal opgenomen in de CD serie "het orgel als orkest" en zijn in de pauze en na het concert verkrijgbaar.